Belangrijke wijzigingen in de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en heffingskortingen staan op stapel. Ontdek wat dit betekent voor je portemonnee en hoe je nu nog kunt profiteren van gunstige regelingen.
NIEUW IN BOX 1 (INKOMEN UIT WERK EN WONING)
In de inkomstenbelasting wordt het voorheen gelijke tarief van de eerste en tweede schijf (36,97%) vanaf 2025 verlaagd voor de eerste schijf (35,82%) en verhoogd voor de tweede schijf (37,48%). Het tarief voor de derde schijf blijft gelijk (49,50%) voor alle inkomens boven € 76.817.
| Tariefschijf | 2024 | 2025 | ||
|---|---|---|---|---|
| Schijf 1 | tot € 38.098 | 36,97% | tot € 38.441 | 35,82% |
| Schijf 2 | tot € 75.518 | 36,97% | tot € 76.817 | 37,48% |
| Schijf 3 | vanaf € 75.518 | 49,50% | vanaf € 76.817 | 49,50% |
NIEUW IN BOX 2 (INKOMEN UIT AANMERKELIJK BELANG)
In 2024 werd in box 2 van de inkomstenbelasting een tweeschijvenstelsel geïntroduceerd. Het tarief van schijf 2 wordt in 2025 verlaagd van 33% naar 31%. Vanaf 2025 krijgen dividenduitkeringen invloed op de algemene heffingskortingen (zie hierna). De effectieve heffing kan daardoor hoger uitvallen dan het tarief van 24,5%.
| Tariefschijf | 2024 | 2025 | ||
|---|---|---|---|---|
| Schijf 1 | tot € 67.000 | 24,50% | tot € 67.804 | 24,50% |
| Schijf 2 | vanaf € 67.000 | 33,00% | vanaf € 67.804 | 31,00% |
LET OP!
Het kan voor dga’s interessant zijn om nog in 2024 max. € 67.000 (of € 134.000 voor fiscale partners) aan dividend uit te keren. Daarmee stel je de (lage) heffing van 24,5% veilig.
Neem contact op met Van Herpt en Partners als dit speelt, in verband met de verplichte balanstest en uitkeringstest.
NIEUW IN BOX 3 (INKOMEN UIT SPAREN EN BELEGGEN)
In 2025 blijft het tarief in box 3 op 36%. Over het deel van je spaargeld en/of beleggingen dat boven het heffingsvrij vermogen uitkomt, betaal je belasting. Dit heffingsvrij vermogen stijgt naar € 57.684 per persoon (2024: € 57.000). Voor fiscale partners is dit dus € 115.368 (2024: € 114.000).
Fictief rendement
De belasting in box 3 wordt al sinds jaar en dag gebaseerd op een fictief (forfaitair) rendement, ongeacht het werkelijk behaalde rendement. Op 6 juni van dit jaar oordeelde de Hoge Raad (opnieuw) dat de belastingheffing in box 3 in strijd is met Europees recht. Eenieder die in een belastingjaar een lager rendement haalde dan het fictieve rendement, moet de mogelijkheid krijgen om belasting te betalen op basis van het werkelijk behaalde rendement.
Handhaving forfaitair systeem
Het omstreden forfaitaire box 3-systeem blijft vooralsnog dus in stand. Voor beleggingen en overige bezittingen is voor 2025 een forfaitair rendement van 5,88% voorgesteld (2024: 6,04%). Rendementen op spaartegoeden en schulden worden voor 2025 gebaseerd op gemiddelde spaar- en hypotheekrentes gedurende 2025 (2024: 1,03%). Belastingheffing geschiedt op basis van dit fictieve rendement, tenzij een lager werkelijk rendement is behaald. Bij een hoger rendement is niet meer belasting verschuldigd dan op basis van het forfaitaire systeem. Het kabinet streeft ernaar de heffing op werkelijk rendement vanaf 2027 in te voeren.
Compensatie
Een grote groep belastingplichtigen (waaronder de ‘niet-bezwaarmakers’) komt naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad in aanmerking voor aanvullend rechtsherstel voor box 3. Zij kunnen medio 2025 hun werkelijke rendement opgeven, waarbij het gehele vermogen (direct en indirect rendement) in box 3 moet worden meegenomen. Heb je te maken met de compensatie? Neem contact op met Van Herpt en Partners.
AOW-LEEFTIJD VANAF 2028 DRIE MAANDEN LATER
Voor de jaren 2024 tot en met 2027 is de AOW-leeftijd 67 jaar. Een eventuele verhoging wordt per vijf jaar voorgesteld. Vanaf 2028 is de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden. De AOW is gekoppeld aan het minimumloon en wordt gecorrigeerd op basis van de inflatie.
HEFFINGSKORTINGEN 2025
Elke werknemer die in loondienst werkt, heeft bij één werkgever recht op toepassing van de loonheffingskorting, de verzamelnaam voor alle kortingen op de te betalen inkomstenbelasting/
premie volksverzekeringen. De cijfers 2025 zijn nog onder voorbehoud.
| Heffingskortingen | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
| Algemene heffingskorting (tot AOW), max. | € 3.362 | € 3.068 |
| Algemene heffingskorting (vanaf AOW), max. | € 1.735 | € 1.536 |
| Afbouwpunt algemene heffingskorting (ahk) | € 24.812 | € 28.406 |
| Afbouwpercentage ahk (tot AOW) | 6,63% | 6,337% |
| Afbouwpercentage ahk (vanaf AOW) | 3,42% | 3,17% |
| Arbeidskorting (tot AOW), max. | € 5.532 | € 5.599 |
| Inkomensafhankelijke combinatiekorting (tot AOW), max. | € 2.950 | € 2.986 |
| Ouderenkorting, max. | € 2.010 | € 2.035 |
| Afbouwpunt ouderenkorting | € 39.957 | € 43.714 |
| Alleenstaande-ouderenkorting | € 524 | € 531 |
| Jonggehandicaptenkorting | € 898 | € 909 |
VENNOOTSCHAPSBELASTING
Het lage tarief (de eerste schijf) in de vennootschapsbelasting blijft ook in 2025 ongewijzigd 19% (2024: 19%). Dit percentage geldt voor een belastbaar bedrag tot € 200.000 (2024: € 200.000). Ook het hoge tarief (de tweede schijf) voor belastbare bedragen vanaf € 200.000 is ongewijzigd: 25,8%. Het kabinet wil de giftenaftrek vanuit de vennootschapsbelasting per 1 januari 2025 afschaffen. Dan worden deze giften gezien als een winstuitkering waarover belasting verschuldigd is. Bij giften aan natuurlijke personen moet dividendbelasting worden ingehouden, terwijl deze persoon ook inkomstenbelasting moet afdragen in box 2.
MKB-WINSTVRIJSTELLING
De MKB-winstvrijstelling wordt stapsgewijs verlaagd. In 2024 daalde het percentage van 14% (2023) naar 13,31%, per 1 januari 2025 wordt dat 12,7%. De vrijstelling daalt dus weer iets, terwijl de verder verlaagde zelfstandigenaftrek de winst waarover je belasting betaalt juist weer wat opschroeft.
ZELFSTANDIGENAFTREK
Om het verschil in fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen wordt de zelfstandigenaftrek sinds 2021 jaarlijks stapsgewijs verlaagd, en sinds 2023 zelfs versneld afgebouwd. In 2022 beliep de aftrek nog € 6.310, in 2023 € 5.030. Voor 2024 daalde het bedrag naar € 3.750, in 2025 is dat € 2.470. In 2026 gaat het bedrag naar € 1.200 om in 2027 uit te komen op € 900.
30%-REGELING PER 2025
De eerder aangekondigde versobering van de 30%-regeling voor buitenlandse werknemers naar 30%-20%-10% over een periode van vijf jaar wordt teruggedraaid. Het kabinet komt daarmee tegemoet aan de weerstand vanuit het bedrijfsleven dat de versobering te veel impact zou hebben op het vestigingsklimaat. Het percentage blijft dus ook in 2025 en 2026 30%. Vanaf 2027 ontvangen medewerkers die vanaf 1 januari 2024 in dienst zijn gekomen een maximale vergoeding van 27%. De salarisnorm wordt vanaf 2027 verhoogd van € 46.107 naar € 50.436. Er zijn overgangsregelingen in de maak.
VERSOEPELING KOR
De kleineondernemersregeling (KOR) is een BTW-vrijstelling voor ondernemers met een jaaromzet tot € 20.000. Als je je aanmeldt voor de KOR, hoeft je in de meeste gevallen geen BTW-aangifte meer te doen: je factureert zonder BTW aan klanten; tegelijkertijd krijg je ook geen BTW terug over de kosten die je voor je onderneming maakt. De KOR verandert én versoepelt per 1 januari 2025. Vanaf 1 januari kun je je op ieder moment afmelden. Ook het aanmelden wordt makkelijker: vanaf 1 oktober 2024 kan dat via Mijn Belastingdienst Zakelijk. Nieuw is de EU-KOR, die het voor Nederlandse ondernemers mogelijk maakt om een BTW-vrijstelling in een EU-land waar je zakendoet aan te vragen. Voor deelname aan de EU-KOR geldt een aantal voorwaarden. Zo moet de hoofdvestiging van de onderneming in Nederland zijn gevestigd en mag de jaaromzet maximaal € 100.000 bedragen (in alle EU-landen, inclusief Nederland).
OMSTREDEN BTW-VERHOGING VOORLOPIG VAN DE BAAN
Het kabinet was van plan met ingang van 2026 het lage BTW-tarief van 9% voor bedrijven in de cultuur, hotellerie of sport te verhogen naar het hoge BTW-tarief van 21%. Het plan stuitte op veel verzet vanuit de sectoren en zorgde voor een brede politieke discussie in de Tweede Kamer. De kans dat het voorstel door de Eerste Kamer zou komen, was bovendien klein. Minister Heinen van Financiën zegde toe de komende maanden op zoek te gaan naar alternatieve dekking. De verhoging van de BTW op logies hotelovernachtingen, verblijf in vakantieparken) gaat wel door. Als alternatieve dekking niet lukt, kan de maatregel alsnog doorgang vinden.


