In crisissituaties (denk aan oorlog of pandemie) wil het kabinet voorkomen dat ‘levensvatbare’ bedrijven in de problemen komen en werknemers hun baan verliezen. Het Wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis (Wpc) moet werkgevers ondersteunen om banen te behouden en hun bedrijven draaiende te houden.
De regeling geldt voor kleinschalige én grootschalige crises en is ook bedoeld om de wendbaarheid van de arbeidsovereenkomst in tijden van crisis te vergroten.
ADVIES RAAD VAN STATE
De Afdeling advisering van de Raad van State publiceerde op 4 februari jl. een advies over het wetsvoorstel. Daarin schrijft de raad dat niet duidelijk is wat onder ‘levensvatbare’ bedrijven moet worden verstaan en hoe en door wie wordt bepaald of een bedrijf ‘levensvatbaar’ is. Kortom: welke werkgevers kunnen gebruik maken van deze regeling? Daarnaast vraagt de raad zich af of de regeling voldoende effectief zal zijn voor zowel kleinschalige als grootschalige crises.
Beide vormen zijn onvoorzienbaar, maar de ernst, duur en periode van herstel bij een grootschalige crisis vraagt andere instrumenten en oplossingen dan een kleinschaliger crisis. Het wetsvoorstel voorziet daar niet in. Waar het gaat om de wens om de wendbaarheid van de arbeidsovereenkomst te vergroten, stelt de raad vast dat de voorgestelde arbeidsrechtelijke maatregelen zijn beperkt tot de situatie van een crisis. Daarmee wordt de wendbaarheid van de arbeidsmarkt niet vergroot, terwijl de maatregelen wel leiden tot grotere complexiteit.
De Raad van State adviseerde het kabinet het wetsvoorstel niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij na aanpassing. De parlementaire behandeling door de Tweede en Eerste Kamer moet dus nog plaatsvinden.
HOOFDLIJNEN
Indien een werkgever over een periode van twee maanden ten minste 20% minder werk heeft, kan de onderneming voor maximaal zes maanden gebruikmaken van de instrumenten die de wet aanbiedt. Je kunt hierbij denken aan tijdelijke herplaatsing van personeel, waarbij je 100% blijft doorbetalen. Ook kun je 10% minder loon betalen over minder gewerkte uren, waarna je via UWV vervolgens loonsubsidie aanvraagt. De onderneming ontvangt dan subsidie voor 65% van de loonkosten over de niet-gewerkte uren. Als werkgever betaal je dan de resterende loonkosten (25%). Zo dragen alle partijen eraan bij om de crisis het hoofd te bieden.
AANPASSINGEN
Tijdens de gebruikelijke internetconsultatie en uitvoeringstoetsen is een aantal aanpassingen aangebracht om de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel te verbeteren. Zo kan de minister criteria voorstellen die snel duidelijk maken welke bedrijven geraakt worden. Denk aan postcodegebieden na een overstroming: UWV kan aanvragen dan sneller afhandelen. Ook kan een werkgever direct in beroep gaan bij de bestuursrechter na een besluit van UWV over een aanvraag. Er hoeft niet eerst bij UWV bezwaar te worden gemaakt. Werknemers die het oneens zijn met herplaatsing of minder loon kunnen zich wenden tot de kantonrechter.


